Gereformeerde Kerk te Doornspijk


informatie over de Gereformeerde Kerk te Doornspijk


geschiedenis

bron: speciale uitgave 100 jaar gereformeerde kerk Doornspijk



hoe het begon
doleantie in Doornspijk
ontstaan (Nederduits) Gereformeerde Kerk
eerste kerkdienst
het eerste eigen kerkgebouw en de eerste predikant
eerste kerkgebouw 1888 - 1924
de eerste pastorie
pastorie aan de zuiderzeestraatweg
eerste steenlegging op 28 september 1923
verlies van het kerkelijk archief
bouw van een nieuw kerkgebouw
periode 2e wereldoorlog
ontstaan van de wijkgemeente in 't Harde
eind vijftiger jaren
de zestiger jaren
de zeventiger jaren
hde tachtiger jaren
de predikanten    alle foto's van de predikanten
de gedenkstenen
verantwoording


hoe het begon

Wij zullen trachten over de periode van de Doleantie in Doornspijk in 1888 tot de in gebruik neming van bet nieuwe kerkgebouw in 1924 een overzicht te geven. Over die tijd zijn er weinig gegevens meer aanwezig. Het archief (notulen-boeken e.d.) is bij een brand grotendeels verloren gegaan. Een paar moeilijk leesbare kasboeken vermelden wel getallen maar niet zo veel feiten. Tijdens de Doleantie was de heer A.v.d.Pol hoofd van de Chr. School alhier. Hij heeft een uitvoerig verslag gemaakt over die tijd maar dit verslag is uitgeleend aan een lid der gemeente en helaas verdwenen. Hoe is het gegaan in onze omgeving? In de tweede heeft van de vorige eeuw was er op veel plaatsen in ons land en ook op de Veluwe een geestelijke opleving. 's Zondagsavonds en ook wel op avonden door de week kwamen meelevende kerkleden en ambtsdragers samen om over geestelijke zaken to praten. Zo'n groepje mensen noemde men wel een "gezelschap". Vooral dr.Willem van den Bergh, predikant te Voorthuizen, was bij velen bekend om zijn strijd tegen het verval in de Hervormde Kerk in die tijd. Velen gingen hem horen als bij in de omgeving preekte of een samenkomst leidde. Hij sprak dan ook dikwijls over de Kerkorde, vastgesteld in de Synode van Dordrecht 1618-1619 en over de nood van de kerk in prediking en tucht. Er moest gestreden worden tegen ongeloof en lauwheid in veel kerken. Er waren gelukkig nog meer predikanten die klaagden over de vervlakking in de leer. Gods Woord alleen moest richtsnoer zijn; Modernisme en ongeloof moesten uit de kerk verbannen worden. Men ging meer klagen over het verval.
- Doleren = klagen of treuren -.
Men treurde maar men wilde niet het kerkverband verbreken. Reformatie moest er komen. Maar de hogere en lagere besturen wilden dat niet. En zo plotseling werden begin 1886 in Amsterdam 80 ambtsdragers, waaronder 5 predikanten, geschorst. Het plaatsje Kootwijk op de Veluwe werd bekend omdat de hele kerkeraad op 1 februari 1886 geschorst werd wegens bet benoemen van kandidaat J.H. Houtzagers van de Vrije Universiteit. Men heeft de mannen van de Doleantie later verweten dat zij de kerk hebben gescheurd. Maar dat hebben zij niet gewild. Zij wilden wel reformatie, d.w.z. zij wilden weer leven naar de oude Gereformeerde Belijdenis geschriften en de Dordtse Kerkorde.
naar boven



doleantie in Doornspijk

In Doornspijk waren er al heel wat gesprekken gevoerd met de eigen leden, maar ook met kerkleden van de nabijgelegen gemeenten over de weg die men gaan moest. Men besloot dat enige ambtsdragers met leden der gemeente met een lijst waarop bezwaren stonden tegen de Synodale kerkorde, door de gemeente zouden gaan. Bij instemming konden manslidmaten daar hun handtekening op zetten. Verscheidene leden die het met de rondgaande ambtsdragers en leden wel eens waren durfden er vaak toch geen handtekening onder te plaatsen. 't Was voor hen dikwijls een moeilijke zaak en er werd in de familie en kennissen kring vaak heftig over gediscussieerd. Deze lijst met bezwaren en handtekeningen van manslidmaten werd bij de kerkeraad ingediend. In de vergadering van 12 juli 1888 weigerde de voorzitter ds H Bax deze brief to bespreken of in stemming bij de kerkeraadsleden to brengen. Diaken W.Spronk een der ondertekenaars legde op die vergadering de volgende verklaring af: "Wij verklaren dat wij met de inhoud van het adres der gemeente instemmend, als kerkeraadsleden horen to gaan handelen overeenkomstig onze belofte bij de aanvang onzer bediening voor God en de gemeente afgelegd en niet langer in de regering der Kerk gemeenschap te mogen oefenen met hen, die handelen in strijd met die belofte en met de gehoorzaamheid aan Christus Jezus de enige Koning der Kerk, die Zijn wetten in Zijn Woord heeft neergelegd". Ouderling W den Besten verliet daarna met diaken W.Spronk de vergadering. Zij werden door het Classis Bestuur op 19 juli 1888 provisioneel geschorst en op 27 september 1888 ontzette het Provinciaal Kerkbestuur hen uit de door hen beklede ambten en van het lidmaatschap der Nederlands Hervormde Kerk.
naar boven



ontstaan (Nederduits) Gereformeerde Kerk

De geschorste ambtsdragers W.Spronk en W den Besten kwamen na de schorsing met een deel der gemeente te samen en besloten het Synodale juk of te werpen. Men noemde zich "Nederduits Gereformeerde Kerk" zoals de Dolerende Kerken zich eerst noemden. In 1892 besloten de "Chr.Geref.Kerken" en de "Nederduits Gereformeerde Kerken" om samen to gaan onder de naam "Gereformeerde Kerken in Nederland". Op die vergadering werden de geschorste ambtsdragers W.Spronk (diaken) en W den Besten (ouderling) met de nieuw gekozen ambtsdragers: voor ouderling de brs. A.v.d.Poll, H.Blaauw en G.J.Stouwdam en voor diaken de brs. J.Vos, J.H. Slothouber en E.v.d.Pol, in het ambt bevestigd. In het begin was het niet gemakkelijk een plaats te vinden om de Godsdienst oefening te houden. 't Was soms op een deel (stal) of in een schuur. A1 spoedig besloot men een noodkerk te bouwen met een kerkekamer.
naar boven



eerste kerkdienst

De eerste dienst werd gehouden in de schuur van T.v.d.Beek op 29 juli 1888. Voorganger was de heer C de Gooyer, oefenaar to Nunspeet. De kollekte in de morgen- en namiddagdienst bracht f 4,67 op. Er was heel wat te regelen op allerlei gebied. Daarom werd een "Vereniging de kerkelijke kas" opgericht welke bij Koninklijk besluit werd goedgekeurd en daardoor rechtspersoonlijkheid verkreeg. Deze kerkelijke kas behartigde vooral financiele zaken en nam veel andere werkzaamheden in deze moeilijke beginperiode op zich. Ook werd reeds in 1888 een bouwcommissie benoemd. Men wilde zo spoedig mogelijk een noodkerk bouwen. In deze beginperiode vergaderde de kerkeraad vaak samen met deze vereniging de kerkelijke kas en de bouwcommissie, die al druk bezig was met de bouw van een eigen kerk.
naar boven



het eerste eigen kerkgebouw en de eerste predikant

Op 25 september 1888 word de eerste steen gelegd van deze noodkerk door de burgemeester van Doornspijk H Thomassen a Thuessink van der Hoop, ook lid van de "Nederduits Gereformeerde Kerk" van Doornspijk. Het is een mooie steen, welke gelukkig nog bewaard is gebleven. Br.G.J.Stouwdam hield bij die gelegenheid een korte toespraak over de woorden uit Jesaja 54:10. "Want bergen zullen wijken en heuvelen wankelen; maar Mijn goedertierenheid zal van U niet wijken en het verbond Mijns vredes zal niet wankelen, zegt de Heere uw Ontfermer". Op die dag werden tevens 5 leden voor het bestuur van de "kerkelijke kas" gekozen. Op 13 november 1888 werd besloten een predikant to beroepen. De brs.H.Blaauw en W.Spronk kregen opdracht om informatie in te winnen over de evangelist A v.d. Bijl te Aarlanderveen. De bouw van de kerk vorderde en op 8 december 1888 kon de kerkeraad reeds in de kerkekamer vergaderen. De gemeente werd opgewekt tot milde bijdragen voor het predikantensalaris. Als het kerkgebouw klaar was zou er stoelen verhuur zijn. De predikant en de koster zouden een vrije bank in de kerk krijgen.
naar boven



[ Foto: het eerste kerkgebouw]

eerste kerkgebouw 1888 - 1924

In de vergadering van 22 december 1888 wend besloten het traktement van evangelist J.v.d.Bijl vast te stellen op f 900,-- 's jaars. Verder zou hij vrijdom van woning en belasting krijgen en de verhuiskosten zouden voor rekening van de kerk komen. In de vergadering van 11 januari 1889 en in volgende vergaderingen in dat jaar was er nog heel wat te regelen, vooral op financieel gebied. De heer A.v.d.Pol, hoofd der school van de "vereniging voor Christelijk Onderwijs" werd aangesteld tot koster, voorlezer en voorzanger voor f 125,-- per jaar. Door preeklezen zou hij f 0,50 per keer ontvangen. Men wilde de kerk ook tegen brand verzekeren. Daar waren eerst principiele bezwaren tegen, maar enige tijd later ging men toch tot verzekering over. Toen evangelist J.v.d.Bijl in 1889 het beroep had aangenomen moest er naar een woning voor hem gezocht worden. Er was nog geen pastorie. Eindelijk vond men een woning bij de Goorpoort net buiten Elburg. Deze woning was van de Fluiter en men kon de woning voor f 200,-- per jaar huren. Met 2 verhuiswagens zou de familie v.d. Bijl door Zwakenberg naar Elburg gehaald worden voor f 45,--. Op zondag zou de evangelist van Elburg naar Dnornspijk gereden worden met een rijtuig van G.Jonker. Dat was dus allemaal geregeld, maar het zou toch wel gerieflijker zijn als familie v.d.Bijl in Doornspijk zou wonen.
naar boven



[ Foto: de oude pastorie aan de Zuiderzeestraatweg]

de eerste pastorie

Welnu men ging aan het werk. Van B.Ossenberg wend een stuk grond gekocht voor de bouw van een pastorie. De prijs was f 725,-- en in de vergadering van 30 april 1890 werd besloten om aan Helmig Spijkerboer op te dragen een pastorie te bouwen. Ds.J.v.d.Bijl kwam als oefenaar in september 1889 in Doornspijk. Op 29 mei 1892 werd hij predikant volgens art. 8 D.K.O. en bleef hier tot 6 december 1898.
naar boven



pastorie aan de zuiderzeestraatweg

Na ds.J.v.d.Bijl kwam ds.C.S.Boss ( 1 oktober 1899 - 25 september 1921) in Doornspijk. De gemeente groeide. Er was een goede band tussen de predikant en de gemeenteleden. Getrouw bezocht hij zieken en ouden van dagen. Hij had goede kantakten met de gemeente. Ds G de Jager kwam 2 april 1922 in Doornspijk en bleef daar tot 17 juni 1928. Hij was aktief en vurig van aard. Tijdens zijn ambtsperiode werd een nieuwe kerk gebouwd. Br.Lammert Ronsbergen, ook wel "Lammert de Meester" genoemd heeft in zijn leven veel geschreven over de kerk, de school en de jongelings vereniging etc. In een schrift heeft hij de laatste preek in de oude kerk en de eerste preek in de nieuwe kerk geheel opgeschreven. Hij schrijft o.a: Op zondagmiddag 15 juni 1924 preekte ds.G de Jager voor het laatst in het oude kerkgebouw. De tekst waarover hij die middag preekte was Exodus 33 vers 15 "Toen zeide hij tot Hem; Indien Uw aangezicht niet mede gaan zal; doe ons van hier niet vertrekken". Op dinsdag 17 juni 1924 om 14.00 uur werd het nieuwe kerkgebouw in gebruik genomen. Het was mooi weer voor de hooioogst. In dichte drommen trok men op naar het nieuwe gebouw. Het was een lust om te zien. leder was blij en goedsmoeds. De preek ging over Psalm 48: 1-4. Er waren drie punten: 1e Sions schone bouw, 2e Sions blijvende staat, 3e Sions getrouwe God. Na de preek bespeelde de heer Egmond het orgel. Herdacht werden ds.C.S.Boss en de architekt H.Onvlee. Beiden waren tijdens de bouw der kerk overleden. Architekt. H.v.Lonkhuizen maakte het werk af. De 1e steen werd gelegd op 28 september 1923 door H.Blaauw. Tegelijkertijd werd een nieuw orgel ingebouwd.
naar boven



[ Foto: de eerste steen legging  28 september 1923]

eerste steenlegging op 28 september 1923

Tijdens een kerkeraadsvergadering kwam br R.Prins mededelen dat zr.Marrigje van Zeeburg, weduwe van G.Vos de grond van G.Hooghordel gekocht had en ter beschikking stelde van de kerk. Ook gaf zij het uurwerk en de klok. Ds.G de Jager vertrok naar Putten op 17 juni 1928. Zo is in het kort de geschiedenis verteld over de Doleantie tot de bouw van de nieuwe kerk in 1924. E.W.Kamphorst.
naar boven



verlies van het kerkelijk archief

De eerst bewaard gebleven genotuleerde kerkeraadsvergadering is die van 17 september 1923. Alle archiefstukken van voor deze datum zijn nl. tijdens een brand ten huize van de scriba R.Prins verloren gegaan. Over deze brand staat een verslag in het eerste notulenboek, hieronder volgt een letterlijke weergave: In den nacht van 24 op 25 aug 1923 werden we opgeschrikt uit onzen diepen slaap, doordat heel de behuizinge van br.R.Prins in lichte laaie stond. De bewoners vermoedden niets van het groote gevaar, dat hen dreigde, omdat zij nog in diepen slaap verzonken nederlagen, terwijl hun huis in volle vlam stond. Het is niet te denken, welke verschrikkelijke ramp hen getroffen zou hebben, waar het niet, dat bakker Johan van Hell hen had gewekt. In allerijl moesten zij vluchten om het leven te redden, zodat er Gode zij dank, geen menschenlevens to betreuren waren. Aan redden viel echter niet to denken, heel de behuizing ging in de vlammen op Daar hr Prins scriba van de kerkeraad was was het notulenboek van de kerk onder zijn berusting benevens het avondmaalstel dat een geschenk was van de Edelachtbare Heer G.H.Thomassen a Thuessink van der Hoop. Aan het redden van beide viel niet te denken en zo is geschied dat in de nacht van 24 op 25 aug 1923 heel de gehoekstaafde geschiedenis van de Gereformeerde Kerk van Doornspijk vanaf de Reformatie in 1888 tot aug. 1923 te loor ging, benevens een kostbaar geschenk. Dit wordt hier medegedeeld, opdat het nageslacht zou weten de oorzaak waarom er geen notulen zijn van de kerkeraadsvergaderingen van 1888 - aug 1923. Doornspijk sept. 1923. G de Jager,praeses. R.Prins,scriba.
naar boven



bouw van een nieuw kerkgebouw

De bouw van het nieuwe kerkgebouw was voor die tijd een gewaagde onderneming, vooral financieel gezien. Bij de Boerenleenbank moest een bedrag van ca f 45.000,-- worden geleend om de werkzaamheden te kunnen bekostigen. Omgerekend naar de waarde van nu moet worden uitgegaan van een bedrag van meer dan een 1/2 miljoen gulden. Ook het avondmaalstel was verloren gegaan bij de brand. Op 21-01-1924 werd besloten een nieuw avondmaalstel aan to kopen voor een bedrag van f 818,--. Op 31-03-1924 werd W.K.Jonker tot koster benoemd met een jaarwedde van f 300,- per jaar. Ruim een jaar na het vertrek van ds G de Jager doet ds T Sap op 29-09-1929 zijn intrede in Doornspijk. Per 31 januari 1933 gaat ds.T.Sap met emeritaat. De jaren 1930 - 1932 zijn moeilijke jaren geweest voor de gemeente. Vanwege enkele financiele onduidelijkheden c.q. strijdpunten zijn de nodige spanningen in de gemeente gerezen. Daarbij komt het zover dat in 1932 de kerkeraadsvergaderingen plaatsvinden onder bijwoning van een aantal afgevaardigden namens de classis. In dezelfde periode verlaten een aantal gemeenteleden de kerk om over to gaan naar de Chr. Geref.Kerk. Tijdens de kerkeraadsvergadering van 22 februari 1935 wordt besloten een beroep uit te brengen op ds. H.Veltman to Bruchterveld. Ds H.Veltman neemt dit beroep aan, de intrede-dienst vindt plaats op 19 mei 1935. Op 17 februari 1936 wordt in de kerkeraad gemeld dat "zich een verjaardagen comite gevormd heeft bestaande uit enige zusters der gemeente welke willen trachten jaarlijks een bedrag aan geld voor de kerk bijeen to brengen". Nadat de koster W.K.Jonker vanaf begin 1936 al wegens ziekte was uitgevallen en hij in oktober 1936 overleed, werd het kosterschap korte tijd waargenomen door zijn dochter Hanna Jonker. In december 1936 vond een inschrijving plaats voor het kosterschap voor 1 jaar ; laagste inschrijver was Cornelis Karssen voor f 99,99 per jaar. De periode vanaf de bouw van het nieuwe kerkgebouw t/m 1936 kan financieel worden gezien als een periode waarin de eindjes met moeite aan elkaar kunnen worden geknoopt. Eerst in 1937 kan op de schuld van ca f 50.000,-- een bedrag van ca f 4600,-- worden afgelost. Rekening houdende met een jaarbegroting van ca f 6500,-- toch een aanzienlijk bedrag, waaraan nu nog een voorbeeld kan worden genomen. Vanaf eind 1944 raakt de schuldaflossing in een stroomversnelling, zo wordt tijdens een rondgang door de gemeente in maart 1945 een bedrag van f 9400,- opgehaald ter aflossing van de schuld. Eind 1945 is de totale schuld nagenoeg geheel afgelost. Per 9 juli 1939 vertrekt ds.H.Veltman door het aannemen van een beroep uit 's Hertogenbosch. Op 27 december 1939 wordt besloten een beroep uit to brengen op ds. Joh.G.Lensink van Glanerburg. De intrede vindt plaats op 28 april 1940.
naar boven



periode 2e wereldoorlog

Vanaf 1933 zijn de voortekenen terug to vinden in de notulenboeken. De kerkeraad heeft zich steeds consequent en duidelijk afkeurend opgesteld tegen degenen die zich sypathiek opstelden ten opzichte van de ideeen van de NSB. In de notulen van 20 september 1939 is verder terug to vinden dat kerkeraadslid A.Docter is gemobiliseerd. In maart 1940 worden 15 dagboekjes aangeschaft voor gemobiliseerde gemeenteleden. In het verslag van de eerste kerkeraadsvergadering (05-06-1940) na de inval door de Duitsers op 10 mei 1940 is over deze inval niets terug to vinden. Wel staat vermeld dat op 16 juni een collecte zal worden gehouden voor de opbouw van door de oorlog verwoeste kerkgebouwen. In oktober wordt een schrijven van de overheid ontvangen met het verzoek werkloze personen welke zonder geldige reden geen gevolg geven aan een oproep om gekeurd te worden voor arbeidsdienst in Duitsland, uit te sluiten van diakonale steun. In het verslag van 19 mei 1943 staat een bericht dat gastgezinnen worden gezocht voor de opvang van kinderen uit de grote steden gedurende 4 weken tijdens de zomervacantie. Op 5 april 1944 wordt besloten een "Klokkefonds" te vormen om te zijner tijd weer een luidklok te kunnen aanschaffen. N.B. De Notulen vermelden nergens wat er met de oude klok is gebeurd maar de oorzaak van de verdwijning laat zich makkelijk raden. Eind 1945 wordt een nieuwe klok besteld. Het duurt echter tot februari 1949 tot dat de nieuwe klok wordt afgeleverd. Tijdens de laatste maanden van de oorlog wordt het kerkgebouw gebruikt voor het onderbrengen van evacue's. De kosten van schoonmaken en herstel kunnen later , na veel moeite, voor een deel worden verhaald op de overheid. Eind 1945 beeindigt Karssen zijn werkzaamheden als koster van de kerk. De kerkeraad benoemt op 10-01-1946 H.Groothuis tot zijn opvolger. Media augustus 1946 besluit de particuliere Synode dat in Oostendorp geen (kerkelijke) grenswijziging wordt doorgevoerd, echter wordt aan gemeenteleden uit Oostendorp de vrijheid gegeven zich aan te sluiten bij de Gereformeerde Kerk van Elburg. De kerkeraad is het niet eens met deze beslissing maar zal zich er bij neer moeten leggen. Op 14 september 1947 vertrekt ds. Joh.G.Lensink vanwege een ontvangen beroep van de gemeente uit Culemborg. Op 22 maart 1950 wordt besloten een beroep uit te brengen op ds.E.Mobach van Wormerveer. Dit beroep wordt door ds Mobach aangenomen waarna de intrede plaats vindt op 6 augustus 1950. In de nutulen van 30 december 1947 staat een aantekening over plaatselijke samenwerking met de N.H.Kerk inzake het verzenden van pakjes naar onze militairen in Indie. Enkele jaren later wordt vanwege een interne verbouwing van de N.H.Kerk voor de periode 1950 - 1952 ons kerkgebouw voor het houden van de Erediensten beschikbaar gesteld aan de N.H.Kerk. In 1952 besluit de kerkeraad de kerktelefoon installatie in het vervolg door de PTT te laten verzorgen door gebruilk te maken van de openbare telefoonlijnen terwijl in hetzelfde jaar de leien van de torenspits worden vernieuwd,een voor die dagen een heel karwei, waarvan de gelden ad f 750,-- tijdens een rondgang door de gemeente in een keer bijeen worden gebracht. In dezelfde periode wordt duidelijk dat de onderhoudstoestand van het kerkorgel niet al te best is. Vooral de houtworm heeft het hout behoorlijk aangetast.
naar boven



ontstaan van de wijkgemeente in 't Harde

In de beginjaren 1950 vindt een sterke uitbreiding plaats van de legerkampen 't Harde en Nunspeet. Vooral ten aanzien van het kamp 't Harde wordt ook onze kerk hier nauw bij betrokken door aktief deel to nemen aan het evangelisatie-en catechetisch werk alsmede de steun aan militaire tehuizen en de verzorging van enige ontspanningsaktiviteiten. Begin 1953 komt de maatschappelijke dienstverlening van de grond in de gemeen¬ te Doornspijk door de aanstelling van een maatschappelijk werkster en een gezinsverzorgster. Daartoe wordt een stichtingsbestuur gevormd. De diaconie van onze gemeente is hierbij (financieel) betrokken, Op 25 september 1955 verleent de kerkeraad goedkeuring aan het besluit der diaconieen van Elburg, Doornspijk, Oldebroek en Wezep over te gaan tot de oprichting van de Geref. Stichting voor maatschappelijke zorg. Daar het aantal gemeenteleden van de kern 't Harde nog steeds groeiende is wordt besloten vanaf 6 september 1953 elke zondag 2 diensten te houden in 't Harde. Verder wordt in samenwerking met de Gereformeerde Kerk van Oldebroek een regeling getroffen over de benoeming van kerkeraadsleden in de wijkgemeente 't Harde, de preekvoorziening en het catechesewerk. Begin 1954 worden plannen ontwikkeld om grond aan te kopen in de kern 't Harde voor de bouw van een eigen kerkgebouw. Tijdens de kerkeraadsvergadering van 3 september 1954 wordt goedkeuring verleend tot de aankoop van 1200 m2 grond, terwijl daarnaast een aanbieding door de N.H.Gemeente wordt gedaan om grond bij "Elim" te kopen. Op 6 juni 1955 wordt besloten een perceel grond van de gemeente Oldebroek aan te kopen ter uitbreiding van het reeds aangekochte bouwperceel. Tot 1955 was bet gebruikelijk dat tijdens de Dienst alleen uit de 150 psalmen werd gezongen. Tijdens de kerkeraadsvergadering van 18 februari 1955 wordt besloten dat op Chr. feestdagen of bij bijzondere gelegenheden de predikant de vrijheid heeft de gemeente een gezang uit de bundel "Enige gezangen" (29) te laten zingen. Op 1 januari 1956 neemt de koster H.Groothuis zijn ontslag. Zijn taak wordt per 8 januari 1956 overgenomen door het kostersechtpaar Veldman. Op 16-02-1956 wordt toestemming verleend over to gaan tot de uitwerking van plannen voor de bouw van een kosterswoning. E . Kamphorst
naar boven



eind vijftiger jaren

In deze jaren krijgen de plannen om in 't Harde te komen tot een eigen kerkelijke gemeente en een kerkgebouw, steeds meer gestalte. Op 16 oktober 1957 is het zover: 't Harde wordt een zelfstandige gemeente. De totale bouwkosten van het kerkgebouw inclusief inrichting worden geraamd op ca f 85.000,--. Ook nabij ons eigen kerkgebouw wordt extra ruimte gemaakt. De schuur achter Bart Hooghordel wordt afgebroken zodat er ruimte komt voor de bouw van een nieuwe pastorie. Drie jaar later, omstreeks 1962, wordt ook het huis van Hooghordel afgebroken.
naar boven



[ Foto: de afgebroken woning van Bart Hooghordel]

de zestiger jaren

In 1960 werd de centrale verwarming nog gestookt met kolen. Dhr H.Vrijheid ontvangt voor deze werkzaamheden als stoker f 150,-- per seizoen plus f 5,- voor extra diensten. In 1961 werden deze werkzaamheden door onze vorige koster dhr H.Veldman overgenomen. Intussen is binnen de kerkelijke gemeenschap de discussie over het gebruik van de nieuwe Bijbel vertaling en de uitbreiding van het aantal gezangen van 29 naar 59 op gang gekomen. In 1961 vindt daarover een stemming plaats waaruit blijkt dat op dat moment de voorstanders nog in de minderheid zijn. Toch staan de ontwikkelingen niet stil. Vanaf 1964 words het systeem van verhuurde zitplaatsen opgeheven. Voor die tijd ging enkele minuten voor de dienst een lampje vlak onder het orgel branden; vanaf dat moment en niet eerder, waren de zitplaatsen voor een ieder vrij te gebruiken. Ook het ritmische zingen doet in deze tijd zijn intree, dit alles onder de begeleiding van de kerkorganisten de gebrs. Hooghordel met W.v.Putten als invaller. Inmiddels is het gelukt de oude pastorie to verkopen zodat de C.v.B. kan beginnen met de voorbereidende werkzaamheden voor de bouw van een nieuwe pastorie naast de kerk aan de Veldweg. I.v.m. het aanstaande emeritaat van ds. E.J.Mobach wordt voor hem hij de gemeente een woning aangevraagd in de kern ’t Harde. Op 1 juli 1964 wordt door W.v.d.Pol een gedenksteen ingemetseld bij de nieuwe pastorie. De bouwwerkzaamheden zijn in januari 1965 voltooid zodat ds. Mobach deze nog tot 17 april 1966 kan bewonen, op welke datum hij met emeritaat gaat en afscheid moet nemen van onze gemeente. Dat het onze kerk ook in die dagen financieel gezien niet zo voor de wind gaat, blijkt uit het feit dat er voor de aktie “oliestookkapitaal” tegels te koop worden aangeboden waarop de kerk en de pastorie zijn afgebeeld. Tijdens de vacatureperiode na het vertrek van ds.Mobach, welke trouwens erg kort duurde, wordt er een belangrijke beslissing door de kerkeraad genomen. Vanaf juni 1966 krijgen de vrouwen, althans de belijdende vrouwlijke lidmaten, kiesrecht. Voor deze datum was het de gewoonte dat slechts de 'mannenbroeders' stemden. Op 28 augustus 1966 doet ds.P.Rullmann zijn intrede in de gemeente. In de volgende jaren worden diverse aktiviteiten gestart. In de stukken van januari 1967 wordt voor het eerst melding gemaakt van 'ons kerkkoor'. In mei van dat zelfde jaar wordt een begin gemaakt met het zingen uit de bundel '119 gezangen', terwijl op het stoffelijke gebied de vraag aktueel is of de nog in bezit zijnde landerijen van de kerk moeten worden verpacht dan wel worden verkocht. Tenslotte wordt er in 1967 nog een begin gemaakt met de verspreiding van de Elisabethbode, dit aan de hand van een van te voren opgestelde adressenlijst. Zo gaat de gemeente op naar:
naar boven



de zeventiger jaren

Deze periode begint met een grote interne kerkrestauratie. Door deze restauratie worden de kerkdiensten verplaatst naar het dorpshuis "De Deel". De kerk wordt ondertussen grondig onderhanden genomen: de oude banken en de kansel worden vernieuwd terwijl de klok een grote beurt krijgt. Deze werkzaamheden worden nagenoeg geheel door eigen gemeenteleden uitgevoerd. Wanneer dit karwei achter de rug is en men in een mooi en opgeknapt kerkgebouw de diensten kan hervatten wordt de vreugde een beetje overschaduwd door de gebeurtenissen rondom het al of niet plaatsen van enige plantenbakken in de kerk. Uiteindelijk wordt besloten deze bakken wel te plaatsen, dit tegen de zin van enkele gezinnen. De tijd dat ook ds.P.Rullmann met emeritaat (per 1-2-1973) gaat is dan dichtbij gekomen. Op 14-01-1973 neemt hij in de middagdienst afscheid en vertrekt naar Den Haag. Hij heeft derhalve niet meer kunnen meemaken dat in februari 1973 de allereerste kinderoppasdienst van start ging. Evenals de vorige vacaturetijd, is ook de periode ' zonder predikant ' na ds.Rullmann vrij kort. Op een gemeentevergadering in mei 1973 wordt een band beluisterd met daarop een preek van ds.J.v.d.Reest. Het overgrote deel van de aanwezige gemeenteleden oordeelt positief over de vraag of er een beroep moet worden uitgebracht op deze predikant om in de vacature to voorzien. Zodoende moest ds. v.d.Reest met zijn gezin een lange reis ondernemen, vanuit Australie maar liefst, om als predikant in de gemeente van Doornspijk m.i.v. 28 oktober 1973 te kunnen gaan arbeiden. Zodra ds.v.d.Reest hier gearriveerd is, wordt al gauw duidelijk dat het geen stilzitter is. Allerlei aktiviteiten worden ontplooid en deze worden dan aangekondigd in een kerkblaadje. Dit eerste kerkblaadje onder de redactie van ds.v.d.Reest verschijnt voor het eerst op 22-10-1973. Het stencilwerk wordt vanaf de beginperiode in eigen beheer uitgevoerd. Een jaar later in 1974 komt ook het eerste jaarboekje uit. Dit boekje voorziet duidelijk in de behoefte aan meer informatie over het kerkelijk gebeuren, zoals namen en adressen van verenigingen alsmede een overzicht van de ambtsdragers en een adressenlijst van gemeenteleden. Een van de nieuwe aktiviteiten betreft de instelling van het bezoekcomite vanaf april 1974 voor het onderhouden van de kontakten met (binnenkomende) gemeenteleden. Gemeenteleden die niet meet in staat zijn de kerkdiensten bij te wonen worden door br.G.v.d.Schootbrugge trouw voorzien van de bandrecorder. Ook wordt goed gebruik gemaakt van de in 1966 aangelegde kerktelefoon. Op organisatorisch gebied moet melding worden gemaakt van het feit dat door de kerkeraad een reglement voor "de verkiezing van ambtsdragers" wordt samengesteld. Verder kan op 6 juli 1975 de eerste jeugdouderling, br F.Neijmeijer, worden bevestigd, ook wordt er een commissie voor gemeentelijke toerustingstaken samengesteld terwijl functionarissen op het terrein van maatschappelijk en jeugdwerk op kerkeraadsavonden worden uitgenodigd een toelichting te komen geven over de aard van hun werkzaamheden. Ook ontvangen alle ambtsdragers een samenvatting van de kerkorde en wordt op elke kerkeraadsvergadering enige tijd uitgetrokken om een aantal artikelen daaruit te bespreken. In dezelfde periode, omstreeks het 3e kwartaal van 1975, wordt voor de eerste maal een jeugdweekend, toen nog catecheseweekend, georganiseerd dat o.l.v. ds.v.d.ReesL en F.Neijmeijer te Ellecom wordt gehouden. Daar deze aktiviteit goed overkomt bij de jeugd volgen later meer van deze uitstapjes, waaronder zelfs een weekend naar Emlicheim, de toekomstige gemeente van ds.v.d.Reest. Tenslotte dient nog te worden vermeld dat vanaf 1975 gemeenteleden gebruik konden gaan maken van kollektebonnen. Vanuit de gemeente was intussen de wens naar voren gekomen om voor een betere begeleiding van het jeugdwerk over te gaan tot de uitbreiding van het aantal beschikbare lokaliteiten. Vele vergaderingen werden belegd met de kerkeraad en de commissie van beheer voordat men hat aandurfde de toestemming to geven voor de bouw van de nieuwe lokaliteiten. Om deze uitbreiding ook financieel mogelijk te maken werd op de kerkeraadsvergadering van 6 mei 1977 besloten over te gaan tot de instelling van het aktiecomite jeugdlokaliteiten (A.C.J.L) Dit comite heeft de taak op zich genomen de gelden voor de bouw bijeen to brengen door het houden van allerlei akties. De meest (regionaal) bekende aktie is waarschijnlijk de jaarlijks weerkerende rommelmarkt geworden. Tijdens de zelfde kerkeraadsvergadering van 6 mei wordt nog een andere belangrijke beslissing genomen n.l. de invoering van het liedboek. Geen makkelijke beslissing daar niet alle gemeenteleden voorstander waren van deze omschakeling. Aan deze beslissing zijn vele grondige besprekingen vooraf gegaan waarbij de pro's en contra's zo goed mogelijk tegen elkaar zijn afgewogen. In het voorjaar van 1978 wordt door de Westduitse gemeente van Emlichheim een beroep uitgebracht op ds.v.d.Reest hetwelk door hem wordt aangenomen, de afscheidsdienst vindt plaats op 2 juli 1978. Opnieuw is er werk aan de winkel voor de beroepingscommissie die er ditmaal wat meer tijd voor nodig heeft om tot een beroep te komen. Voor de tweede maal valt uiteindelijk de laatste keus op een predikant van 'overzee' en wel ds. H de Moor uit Canada. Ds.de Moor neemt het beroep aan op basis van een part-time functie om zodoende in de gelegenheid te zijn de studie aan de Theologische Hoge School te Kampen te voltooien. Dit bleek voor onze gemeente geen bezwaar to zijn, zodat ds. de Moor op 14 september 1980 in het ambt kan worden bevestigd. En daarmee zijn we dan aangeland in de;
naar boven



de tachtiger jaren

Na de overkomst van ds.de Moor met zijn vrouw en vier kinderen neemt hij eerst zijn intrek in Huize "Klarenbeek". Nadat met behulp van veel vrijwilligers de pastorie een opknap beurt heeft ondergaan kan de pastorie worden betrokken. In november 1981 waren de bouwwerkzaamheden aan de jeugdlokaliteiten afgerond. De werkzaamheden werden in de ruwbouwfase grotendeels uitgevoerd door aannemersbedrijf Prins B.V. uit Oldebroek terwijl de afbouwfase geheel is uitgevoerd met behulp van vrijwilligers uit de gemeente. De eerste steen voor het jeugdgebouw is onthuld door hat kostersechtpaar Veldman. Na de ingebruikneming van de lokaliteiten krijgen de werkzaamheden een dermate grote omvang dat mede gelet op de leeftijd van H.Veldman wordt beslo¬ten een hulpkoster aan te stellen. In december 1981 benoemt de kerkeraad dhr. D.v.d.Bosch tot hulpkoster voor het beheer van de nieuwe lokaliteiten. Deze lokaliteiten worden in de daarop volgende jaren intensief gebruikt door b.v: jeugd/kerkkoor, de soos, verenigingen alsmede voor familiegebruik bij het vieren van verjaardagen. In september 1981 wordt een begin gemaakt met het houden van kindernevendiensten terwijl een jaar later wordt besloten bij de aanvang van de morgendienst na de groet het zingen van het "Klein Gloria" als vaste regel in te voeren. Ondanks enkele tegenslagen slaagde ds. de Moor er in media 1986 zijn studie af te ronden en te promoveren aan de Theologische School op het onderdeel "Kerkrecht". Voor de diaconie kwam er eindelijk schot in het verzorgingshuis project in de kern 't Harde. Met de kerken van 't Harde wordt het begin kapitaal bijeengebracht. Eind 1986 komt eindelijk de goedkeuring af van Gedeputeerde Staten van Gelderland om met de bouw to beginnen, waarna op 1 juli 1988 de eerste bewoners het huis "Meriposa" kunnen betrekken. Op 9 mei 1984 wordt een herdenkingsdienst gehouden ter gelegenheid van het feit dat het kerkgebouw 60 jaar geleden gereed was gekomen. In februari 1985 wordt afscheid genomen van het kostersechtpaar H.Veldman, hun taken worden overgenomen door de hulpkoster D.v.d.Bosch. Reeds jaren was bekend dat het kerkorgel in een slechte staat van onderhoud verkeerde. Voor een goede luchtvochtigheid worden tijdens het stookseizoen emmers water in de orgelkast geplaatst. Een totale opknapbeurt is erg kostbaar terwijl de gemeente dan nog met een oud orgel blijft zitten. De kerkeraad besluit in maart 1985 een orgelcommissie in het leven te roepen. Deze commissie krijgt 2 taken t.w: uit te zien naar een geschikt 2e hands orgel en het organiseren van akties waarvan de opbrengst bestemd zal zijn voor de aankoop en opbouw van een ander orgel dat past in ons kerkgebouw. Na nog geen jaar wordt ons een geschikt orgel vanuit Hilversum aangeboden. De kerkeraad besluit op dit voorstel in te gaan mits de kosten beperkt blijven beneden de f 90.000,--. Deze opzet lukt daar de bouwkundige verbouwwerkzaamheden geheel door vrijwilligers worden uitgevoerd. Op 18 september 1987 kan het nieuwe kerkorgel onder de uitvoering van een orgelconcert in gebruik worden genomen. Intussen krijgt dr.H de Moor een functie aangeboden aan het Calvin Theological Seminary in Grand Rapids in de Verenigde Staten. Deze baan neemt hij aan zodat de gemeente in juni 1986 afscheid van hem moet nemen. Intussen is er reeds een beroepingscommissie samengesteld. Vanwege de beperkte financiele ruimte wordt besloten dat slechts een predikant in aanmerking komt met weinig dienstjaren of dat gedacht moet worden aan deeltijd functie. Het duurt tot midden 1987 voordat een geschikte kandidaat wordt gevonden n.l: dhr.D.Beijersbergen, studerende voor predikant en op dat moment nog woonachtig in Rotterdam. Na het beleggen van een gemeente avond besluit de kerkerand een beroep uit to brengen op dhr.Beijersbergen, hetwelk door hem wordt aangenomen. Nadat de kerkelijke exames bij de classis met goed gevolg zijn afgerond vindt de bevestiging plaats op 20 september 1987. Hij mag ons nu dienen als dienaar van Gods Woord en wij als gemeente zullen daarvoor open moeten staan. Want een ding is duidelijk geworden in de afgelopen 100 jaar " 12-06-1888 ... 12-06-1988 ": Gods Woord bleef de leidraad en het richtsnoer voor de gemeente. Vanuit dat Woord hebben onze voorouders beslissingen genomen, vanuit dit Woord zullen wij dat ook moeten doen. Maar niet zonder de hulp van Gods Geest , waarop wij altijd kunnen en mogen vertrouwen. Vanuit dat vertrouwen kunnen wij als gemeente van Doornspijk rustig verder bouwen aan de toekomst totdat eens onze kerk overbodig zal zijn, omdat Gods Zoon terugkomt om Zijn kinderen mee te nemen naar het huis van Zijn Vader.....
En, hoe ras of traag de tijd verdwijnt die dag zal zeker komen!
G.Hartholt.
naar boven



de predikanten

Namen van de predikanten die de Gereformeerde Kerk van Doornspijk de afgelopen 100 jaar hebben gediend:
klik op de naam voor de foto          

foto's van alle predikanten in 1 overzicht


ds. J.v.d.Bijl 29 mei1892-  6dec1898(oefenaar vanaf sept 1889)
ds. C.S.Boss   1 okt 1899 - 25 sept 1921
ds. G de Jager   2 apr 1922 - 17 juni 1928
ds. T.Sap 29 sept 1929 - 31 jan 1933
ds. H.Veltman 12 mei 1935 -   9 juli 1939
ds. Joh.G.Lensink 28 april 1940 - 14 sept 1947
ds. E.Mobach   6 aug 1950 - 17 apr 1966
ds. P.Rullmann 28 aug 1966 -   1 febr 1973
drs.J.v.d.Reest 28 okt 1973 -   2 juli 1978
dr. H de Moor 14 sept 1980 - 30 juni 1986
ds. D.Beijersbergen 20 sept 1987 - 26 sept 1999
ds. J.Swager 17 sept 2000 - heden

naar boven



de gedenkstenen

De teksten van de 3 gedenkstenen luiden als volgt:

*De eerste steen van de eerste kerk welke werd gebouwd in 1988:

De eerste steen gelegd door
G.H.Thomassen A.Thuessink van der Hoop
Burgemeester van Doornspijk
op den 25 september 1888
Onze Ziel verbeidt den Heere
Hij is onze Hulp en ons schild.
Psalm XXXIII : 20


*De eerste steen van het huidige kerkgebouw:

De eerste steen is gelegd door
        Hendrik Blaauw.
          28 sept. 1923
Hoe lieflijk zijn uwe woningen,


*De gedenksteen van de verenigingslokaliteiten:

De ogen des Heren zijn
aan alle plaatsen
Spreuken 15 vers 3a.
20 november 1981.

naar boven



verantwoording
Onderzoek naar deperiode1888 - 1924 :E.W.Kamphorst.
periode 1924 - 1956 : E.Kamphorst.
periode 1956 - 1988 : G.Hartholt.


De foto's zijn beschikbaar gesteld door: G.J.Bossenbroek.

Bij het schrijven van de geschiedenis van onze gemeente over de afgelopen 100 jaar hebben de gebeurtenissen en de feiten voorop gestaan. Dear waar het in het verhaal paste zijn ook namen van personen vermeld. Deze opsomming van personen is bewust zo beperkt mogelijk gebleven. Immers velen, waarvan de naam niet in bovenstaand verhaal staat vermeld, hebben hun beste krachten gegeven aan de arbeid voor en in de gemeente.
naar boven


Recent bijgewerkt op 13 augustus 2005